archeologie 2

Vindplaatsen ( Klik één keer om te vergroten)

 

Z-20 Sint Agnetenweg
Z-21 Bijsterhuizensestraat
Z-22 Boerderij Bijsterhuizen
Z-23 De Gildekamp
Z-24 De Steekse Acker
Z-25 Spijkerhof
Z-26 Kinderdorp Neerbosch
Z-35 Lindenholt-Noord

 


Z-20 Sint Agnetenweg

Status: terrein van zeer hoge archeologische waarde (waarde 3)

Omschrijving
Vanuit de stad gezien liep de Sint Agnetenweg vroeger 50 meter verder door dan nu het geval is. Nu stopt de straat bij de Viaductweg. In de hoek die deze twee straten maakten zijn door de AWN afdeling Nijmegen e.o. funderingen en graven vastgelegd van het Sint Agnetenklooster. Onder de vondsten bevindt zich een fraaie glazen roemer uit de 17e eeuw. De opgraving vond plaats in 1976, toen het terrein bouwrijp werd gemaakt voor de nieuwe wijk De Voorstenkamp. In die tijd stond er een boerderij met de naam Het Klooster. Een deel van de oostelijke muur van het achterhuis van deze boerderij heeft waarschijnlijk deel uitgemaakt van de ommuring van het klooster. De boerderij zou verbouwd worden tot wijkcentrum, maar brandde voor de verbouwing af.

Archeologisch belang van het terrein
Van plattelandskloosters is, in tegenstelling tot kloosters in de stad vrij weinig bekend. In dat verband is het Agnetenklooster en zijn plaats in de inrichting van het landschap zeer interessant. Hoewel een deel van het terrein is opgegraven en een ander deel tijdens de bouw van de woningen verloren is gegaan, liggen nog steeds resten van het klooster in de bodem. Ook kunnen graven aangetroffen worden van de kloosterlingen. Op dit moment is nog maar weinig bekend van het totale kloostercomplex. Uit het onderzoek is gebleken dat binnen het kloostercomplex faseringen zichtbaar zijn, maar deze kunnen niet met zekerheid gedateerd worden. Onderzoek naar de volledige plattegrond van het Agnetenklooster en naar de chronologische en ruimtelijke ontwikkeling ervan is dan ook van belang.

Archeologisch kader
Kloosters vormden een belangrijk onderdeel van de middeleeuwse maatschappij, zowel in economisch als sociaal opzicht. Zowel in de steden als op het platteland waren veel kloostergemeenschappen gevestigd. Het onderzoek naar kloosters heeft vooral plaats gevonden in de stad; van kloosters op het platteland is veel minder

  Z-21 Bijsterhuizensestraat

Status: terrein van zeer hoge archeologische waarde (waarde 3)

De archeologische vindplaats overschrijdt de gemeentegrens met Beuningen, waar deze de status van archeologisch rijksmonument heeft.

Omschrijving
Aan het eind van de jaren veertig van de vorige eeuw voerde de Stichting Bodemkartering een booronderzoek uit in het Land van Maas en Waal om de opbouw van de bodem vast te leggen. Tegelijkertijd werd informatie over bodemvondsten doorgegeven aan de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Tijdens dit onderzoek is aan de Bijsterhuizensestraat, op een natuurlijke verhoging in het landschap, een aantal scherven gevonden van potten uit de Romeinse tijd. Niet alleen zijn scherven aangetroffen van op de draaischijf vervaardigde potten, maar ook scherven van met de hand gevormd aardewerk. De vondsten wijzen op bewoning in de Romeinse tijd op deze plek. Op grond van die informatie is het terrein door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed aangemerkt als terrein met zeer hoge archeologisch waarde. Aan de andere kant van de straat, net buiten de gemeente Nijmegen, heeft het terrein de status van archeologisch rijksmonument.

Archeologisch belang van het terrein
De vondsten van dit terrein maken duidelijk dat hier bewoning in de Romeinse tijd heeft plaatsgehad. De van deze vindplaats bekende archeologische informatie is nog beperkt. Het is daarom van belang om zowel de sporen als de vondsten van deze nederzetting te behouden, en, als dat niet mogelijk is, deze goed te kunnen onderzoeken. Dit zal informatie opleveren over de aard, omvang en datering van deze nederzetting. Op basis hiervan kan deze nederzetting geplaatst worden in het bredere kader van de bewoningsstructuur in het gebied tussen Ulpia Noviomagus, Wijchen en Cuijk. Omdat de omvang van de nederzetting nog niet bekend is, is het mogelijk dat in een ruim gebied rondom de locatie van de vondsten uit de jaren ’40 sporen aangetroffen kunnen worden.

Archeologisch kader

  • Romeinse tijd

 

Z-22 Boerderij Bijsterhuizen

Status: terrein van zeer hoge archeologische waarde (waarde 3)

Omschrijving
In 1976 is van een terrein bij boerderij Bijsterhuizen de bovengrond afgegraven om daar de grond te kunnen deponeren die afkomstig was van de verbreding van het Maas–Waalkanaal. Tijdens die afgraving constateerde de AWN afdeling Nijmegen e.o. in een oude riviermeander een grijze laag met aardewerkvondsten die dateren uit de vroege of middenijzertijd. Dit is een aanwijzing voor de aanwezigheid van een nederzetting uit die periode.

Archeologisch belang van het terrein
De meeste bewonings- en begravingssporen ten zuiden van de Waal uit de ijzertijd zijn bekend uit Nijmegen-Oost. Deze vondst op een terrein dat vrij ver daarbuiten ligt is daarmee een belangrijke aanvulling op onze kennis over deze periode in het gemeentelijk gebied ten zuiden van de Waal. Uit de ijzertijd zijn in Nijmegen zowel sporen van nederzettingen als van grafvelden bekend. De aard van de bij boerderij Bijsterhuizen gedane vondsten wijst eerder op de aanwezigheid van een nederzetting. De vondst van slechts enkele scherven in een grijze laag maakt het vooralsnog moeilijk om de aard van de resten te kunnen bepalen. Nader onderzoek is dan ook noodzakelijk om hierover meer uitsluitsel te krijgen. Vanaf de midden-ijzertijd lijkt de scheiding tussen nederzettingen en grafvelden te verdwijnen, en komen graven regelmatig voor in de directe omgeving van huizen. Afhankelijk van de precieze datering van de vindplaats is de aanwezigheid van graven niet geheel uit te sluiten. Het is dan ook van belang om een nauwkeuriger datering aan de sporen te kunnen geven, om zo de aanwezige en de te verwachten sporen beter te kunnen interpreteren en inschatten.

Archeologisch kader

  • Vroege en midden-ijzertijd

 

Z-23 De Gildekamp

Status: terrein van zeer hoge archeologische waarde (waarde 3)

Omschrijving
Tijdens de aanleg van de wijk Lindenholt is in het wegcunet van de IJpenboekweg, ter hoogte van de afslag Broekstraat, door leden van de AWN afdeling Nijmegen e.o. een plattegrond van een houten gebouw aangetroffen. Deze bestaat uit regelmatige rijen paalgaten die als een ronde verkleuringen in de bodem zichtbaar waren. Omdat het gaat om meerdere rijen palen, die tussen de 1,1 en 1,3 m van elkaar af stonden, mag het gebouw waarschijnlijk als een opslagschuur (spijker) geïnterpreteerd worden. Het gebouwtje dateert uit de Romeinse tijd of de middeleeuwen. Het (vooralsnog) ontbreken van begeleidende vondsten of sporen maakt het niet mogelijk om de opslagschuur nauwkeuriger te dateren.

Archeologisch belang van de vindplaats
De vondst van een voorraadschuur maakt het zeer waarschijnlijk dat in de directe omgeving ook een of meer boerderijen aangetroffen kunnen worden. Onderzoek is van belang om meer informatie te verkrijgen over de datering en de aard van de bebouwing. Zo kan (de status en functie van) de nederzetting geplaatst worden binnen het nederzettingspatroon dat al uit de desbetreffende periode bekend is.

Archeologisch kader
Voorraadschuren, of spijkers, zijn in de Romeinse tijd en de middeleeuwen op houten palen gebouwd, zodat de vloer van de opslagruimte niet op de grond lag. Zo hadden vocht en ongedierte minder kans om schade toe te brengen aan de opgeslagen voorraden. De wanden van het gebouw bestonden uit een vlechtwerk van takken, bestreken met leem, vergelijkbaar met de muren van vakwerkhuizen. Een of meerdere van deze, vaak min of meer vierkante, gebouwen worden over het algemeen aangetroffen op het erf van een boerderij. Een boerderij, inclusief het erf en de bijgebouwen, geeft informatie over de
inrichting en het gebruik van het landschap. Soms kunnen botanische monsters uit de grondsporen van dergelijke spijkers informatie geven over wat op het land is verbouwd. Na de middeleeuwen krijgt de term ‘spijker’ andere betekenissen, als tiendhuis, of als buitenverblijf van een heer.

 

 

Z-24 De Steekse Acker

Status: terrein van zeer hoge archeologische waarde (waarde 3)

Omschrijving
In 1976 werd gebouwd aan de wijk Lindenholt. Leden van de AWN afdeling Nijmegen e.o. troffen in het talud van een afwateringssloot een dikke plaat klei aan, ongeveer 2 m breed. Precies op de plaat, die kennelijk als ondergrond voor een haardvuur is gebruikt, lagen enkele tientallen fragmenten ijzertijd- of wellicht handgevormd aardewerk uit de Romeinse tijd. De vindplaats is uiteindelijk niet bebouwd en ligt nu in de groenzone Lindenhout. De resten van de woning waar de haardplaats bij hoorde en eventueel van andere huizen liggen nog in de bodem.

Archeologisch belang van het terrein
Dat op dit terrein tenminste een huis moet hebben gestaan is duidelijk, gezien de vondst van de haardplaat en het bijbehorende aardewerk. Van de plattegrond van het huis is verder niets bekend en nog minder over de nederzetting waartoe het huis mogelijk heeft behoord. Het is dan ook van belang om bij toekomstige werkzaamheden onderzoek te kunnen doen naar de aard van de bewoning en de structuur en ontwikkeling van de nederzetting. Hoewel aardewerk is aangetroffen geeft dit nog geen helder beeld over de precieze datering van het huis. Bij toekomstig onderzoek zullen het vondstmateriaal en de sporen ongetwijfeld een nauwkeuriger datering en interpretatie kunnen geven, zodat de vindplaats geplaatst kan worden binnen zijn chronologische en regionale context.

Archeologisch kader

  • Vroege en midden-ijzertijd
  • Romeinse tijd

 

Z-25 Spijkerhof

Status: terrein van zeer hoge archeologische waarde (waarde 3)

Omschrijving
Boerderij De Spijkerhof, Nederheidseweg 198, is vanaf de 17e eeuw bekend. De huidige boerderij is in oorsprong 19e-eeuws. Naast de boerderij staat een 16e- of 17e-eeuws, torenachtig gebouw dat Het Spijker wordt genoemd. Het diende waarschijnlijk als tiendhuis, waar de producten konden worden opgeslagen die als belasting werden geïnd. Die belasting werd de tiend genoemd omdat het bestond uit een tiende van de oogst of het vee. Een dergelijke spijker staat ook nog in Hatert, en maakt deel uit Huize Hatert. De boerderij en de spijker staan op een verhoging in het terrein. Zeer waarschijnlijk is het terrein al eerder bewoond geweest dan de 16e eeuw. Sporen van voorgangers van de huidige boerderij kunnen zich nog in de bodem bevinden.

Archeologisch belang van het terrein
Op Nijmeegs grondgebied zijn slechts enkele spijkers bewaard gebleven, waaronder een bij Huize Hatert. Dat maakt het behoud van De Spijkerhof en Het Spijker van groot belang. Daarnaast kan onderzoek naar de resten van gebouwen bij en in de directe omgeving van De Spijkerhof en Het spijker veel kennis opleveren over de ontwikkeling van de boerderij vanaf de 16e eeuw, maar mogelijk ook daarvoor. Dat deze resten nog in de bodem aanwezig zijn is zeer waarschijnlijk.

Archeologisch kader
Spijkers zijn van oorsprong voorraadschuren. In de Romeinse tijd en middeleeuwen stonden deze gebouwen op palen, om er zo voor te zorgen dat vocht en ongedierte niet te veel schade kon toebrengen aan de opgeslagen voorraden graan, hooi of andere agrarische producten. In latere tijd zijn spijkers gebouwd in de vorm van een toren. Vanaf de 16e eeuw is de naam ‘spijker’ vooral gebruikt voor hoeven die ook een functie hadden als buitenverblijf van de heer. Daarnaast vervulde zo’n gebouw vaak een functie als tiendhuis, een plaats waar bij wijze van belasting een tiende van de oogst of het vee werd verzameld. Gezien het kleine formaat van de boerderij waar deze spijker bij hoorde, is dit zeker geen zomerverblijf van een heer geweest, maar moet bij deze spijker eerder gedacht worden aan een tiendhuis.

 

Z-26 Kinderdorp Neerbosch

Status: terrein van zeer hoge archeologische waarde (waarde 3)

Omschrijving
Op het terrein van het voormalig weeshuis Kinderdorp Neerbosch zijn bij diverse gelegenheden vondsten gedaan die dateren uit de Romeinse tijd. Het weeshuis is gesticht in 1867. Gaandeweg zijn er andere gebouwen bijgebouwd, waarbij volgens de stichter „urnen, offerschalen en traanflesjes” zijn gevonden. Deze meeste vondsten zijn helaas niet bewaard gebleven. Alleen een bronzen beeldje van de god Mercurius, dat in 1891 in de gemeenteverzameling van Nijmegen terecht is gekomen en zich nu bevindt in de collectie van Museum Het Valkhof, resteert nog. In 1978 werd duidelijk dat ook de andere voorwerpen uit de Romeinse tijd stammen. In dat jaar maakte de AWN afdeling Nijmegen e.o. een melding van grafvondsten uit de Romeinse tijd. Uit de late bronstijd, stamt een bronzen kokerbijl, die door een boer is gevonden op zijn akker die grenst aan het terrein van het weeshuis.

Archeologisch belang van het terrein
Late bronstijd:
De vondst van de kokerbijl uit de urnenveldentijd geeft aan dat in dit terrein toentertijd mensen moeten hebben gewoond of offers hebben gebracht. Wat er precies op dit terrein in deze periode heeft plaatsgevonden is op basis van deze enkele vondst nog onduidelijk. De afwezigheid van begeleidende vondsten betekent wellicht dat hier geen nederzetting uit de late bronstijd te verwachten is. Toch valt dit niet volledig uit te sluiten. Bovendien zijn sporen van alle soorten activiteiten uit die periode van belang, omdat op die manier het gebruik van het terrein in kaart kan worden gebracht. Gezien de nog beperkte kennis van bewoning en activiteiten ten zuiden van de Waal is dit waardevolle informatie. Op het terrein moeten dan ook alle mogelijke sporen uit die periode behouden of onderzocht worden.

Romeinse tijd:
De grafvondsten van dit terrein maken duidelijk dat hier een grafveld moet hebben gelegen. Het is nog niet bekend tot welke nederzetting het grafveld heeft behoord, en hoe groot het is geweest. De precieze datering van het grafveld is ook nog onbekend. Het bronzen beeldje van Mercurius getuigt van rijkdom en van een grote mate van romanisering, wat ook kan worden vermoed uit de verloren gegane vondsten uit de 19e eeuw. Zowel de vondsten als de sporen van het grafveld en van de bijbehorende nederzetting geven informatie over de relatie van de bewoners met het stedelijke centrum Ulpia Noviomagus de legerplaatsen in Nijmegen-Oost. De uit de nu bekende vondsten blijkende romanisering van de dode(n) doet vermoeden dat de bewoners van de nederzetting zich sterk richtten op de Romeinse wereld. Het in kaart brengen van zoveel mogelijk grafvelden en nederzettingen uit de Romeinse tijd in de regio levert een duidelijker beeld op van de bevolkingsdichtheid en -spreiding in die tijd. Daarnaast biedt het zicht op de economische en sociale structuur en de mate van romanisering binnen individuele bevolkingsgroepen en in de regio als geheel.

Archeologisch kader

  • Late Bronstijd
  • Romeinse Grafvelden

 Z-35 Lindenholt-Noord

Status: Terrein met een archeologisch belang (waarde 2)

Binnen dit terrein liggen zes terreinen van zeer hoge archeologische waarde Z-21, Z-22, Z-24, Z-25, Z-26 en Z-27.

Omschrijving
Het terrein maakt deel uit van een oost–west georiënteerde ‘zandrug’, waarover door vroegere grondgebruikers / grondwerkers wordt gesproken. Over de genese van deze zandige opduiking is niets bekend ; mogelijk betreft het een holocene stroomgordel. In het terrein liggen verschillende bekende vindplaatsen. Op grond hiervan geldt in het gehele terrein een hoge archeologische verwachting voor bewoningsresten van de vroege ijzertijd tot de Romeinse tijd. Bovendien liggen binnen dit terrein enkele ontginningsassen uit de late middeleeuwen, de periode waarin de Lindenholt in cultuur is gebracht.

Archeologisch belang van het terrein
Er zijn verschillende vindplaatsen die het archeologisch belang van het terrein onderstrepen.

IJzertijd:
In 1976 is van een terrein bij boerderij Bijsterhuizen de bovengrond afgegraven om daar weer grond te kunnen deponeren afkomstig van de verbreding van het Maas–Waalkanaal. Tijdens die afgraving constateerde de AWN afdeling Nijmegen e.o. in een oude riviermeander een grijze laag met aardewerkvondsten, die dateren uit de vroege of midden-ijzertijd. Dit is een aanwijzing voor de aanwezigheid van een nederzetting uit die periode.

Romeinse tijd:
Aan het eind van de jaren veertig van de vorige eeuw voerde de Stichting Bodemkartering een booronderzoek uit. Tijdens dit onderzoek is aan de Bijsterhuizensestraat, op een natuurlijke verhoging in het landschap, een aantal scherven gevonden van potten uit de Romeinse tijd. De vondsten wijzen op bewoning in de Romeinse tijd. Op grond van die informatie is het terrein door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed aangemerkt als terrein met hoge archeologisch waarde. Aan de andere kant van de straat, net buiten de gemeente Nijmegen heeft het terrein de status van archeologisch rijksmonument.
In 2001 zijn, tijdens de archeologische begeleiding van de werkzaamheden voor het leggen van een elektriciteitskabel langs de Energieweg, over de lengte van ongeveer 100 meter wat sporen uit de Romeinse tijd gevonden. Het ging daarbij om enkele greppels en ten minste een kuil, waarin terra sigillata is aangetroffen. Ook is een waterput gezien die vermoedelijk uit de Romeinse tijd stamt.

Archeologisch kader

  • Vroege en midden-ijzertijd
  • Romeinse tijd

 

 

Translate »